Deze week schrijft Greet Scholte-Schoen (93), woonachtig in woon- en ontmoetingscentrum De Roos, een stukje over de buurtjes van Haarlem, onder andere het Rozenprieel. Ze vindt het leuk om verhalen te schrijven en vertellen en deelt daarom deze week met ons het volgende stuk.

Haarlem had en heeft aardig wat buurtjes, ik denk dat elke stad dat heeft. Zelf ben ik geboren in de vijfhoek en wel in de Lange Laken straat, daar heb ik van horen vertellen ook iets aardigs van te vertellen.

Ik ben thuis de eerstgeborene, klinkt deftig hè, na mij een zus en een broer. Een buurmeisje was nog steeds alleen en vroeg aan mijn moeder hoe dat kwam.

Kinderen kon je van alles wijsmaken, nu niet meer zo gemakkelijk, moeder zei: “Je moet suiker op de vensterbank strooien om de ooievaar te lokken”. Ik weet niet wat de moeder van ons buurtje er meegedaan heeft, wij gingen verhuizen.

Wij gingen wonen in de Linschotenstraat, in het Rozenprieel. In die straat stond ook mijn kleuterschool geleid door nonnetjes en onderwijzeressen, ik kan niet anders dan met veel plezier aan die tijd terugdenken.

Het was een katholieke school, in mijn geheugen vol met feestelijke dagen. Niet voor niets werd er gezegd: Roomse Blijheid. We hadden, Maia, Jozef, heilig hart, palm Pasen en nog meer feesten, op veel van die feestdagen mocht ik en velen met mij bruidje zijn. Als het nodig was naaide mijn moeder voor andere meisjes een bruidsjurkje.

Ik kreeg in die 3 jaar nog 2 zusjes en verhuisden wij nu naar de Amsterdamse buurt. Ik ging daar naar de Jozefschool aan de Herensingel, ook daar een klein drama gelukkig snel opgelost…

Vermoedelijk zijn we verhuisd in de vakantie want ik kwam meteen in de eerste klas en alles ging goed tot het eind van dat schooljaar. Ik kwam huilend thuis, moeder natuurlijk: “Wat scheelt er?”. Waarop ik antwoordde: “Ik ga naar een andere klas, naar de tweede klas, dan raak ik juffrouw Ubink kwijt.”. Moeder mee naar school, ik had groot geluk mijn juffrouw ging mee naar de volgende klas.

Ik kreeg in die buurt nog 2 zusjes en een broertje, dus er werd later weer verhuisd, naar Haarlem Noord. Daar werden al langer grotere woningen gebouwd, daar kregen we allemaal meer leefruimte, gelukkig wel.

Nu weer de Rozenprieel buurt. Er waren meer van zulke buurtjes, de Leidse buurt, Indische buurt. Die hadden kleine woningen en vaak vrij grote gezinnen. Omwonenden die er last van ondervonden klaagden erover. De Harmejans buurt maakte het misschien echt te bont, want die werd de moord- en brandbuurt genoemd en is ook helemaal afgebroken en opnieuw opgebouwd.

Ik heb in het laatste oorlogsjaar in de Rozenprieel buurt gewerkt bij 3 verschillenden gezinnen. Ik heb niets slechts hier ondervonden, eigenlijk zoals het nu ook is: men heeft aardig wat voor elkaar over, men kent elkaars problemen, iedereen weet wat armoe is en helpt vrij gauw als dat nodig is.

Mogelijk is er wat verandering gekomen door de mogelijkheid om een huis hier te kopen en is er verschil in bewoners. Misschien is het goed voor ons allemaal om opnieuw een buurt te worden, een buurthuis is er al, het heet: De Tulp.

Een ervaring van het gezin waar ik toen werkte vind ik wel aardig om te vertellen. Er was een baby geboren en die moest gedoopt worden. Er was wel een peter maar geen meter, mijn leidster vroeg of ik dat wilde zijn, ja natuurlijk ik was er groots mee.

Het gaf ook verantwoordelijkheid en ik ben enkele keren nog op bezoek geweest. Na die moeilijke hongerwinter en de bevrijding kreeg ik verkering. Ik heb mijn verantwoordelijkheid eerlijk gezegd wat verwaarloosd maar het was een aardige ervaring.

(Bron: Haarleminwoordenbeeld https://haarleminwoordenbeeld.wordpress.com/2016/09/30/rozenprieel/)

Pin It on Pinterest